Nieuws uit de regio

 

Persmededeling

VLAAMS BELANG REGIO BOOM/KONTICH WIL DUIDELIJKHEID VAN VLAAMSE REGERING INZAKE DE AANPAK VAN VERKEERSPROBLEMATIEK IN ZUIDOOSTRAND VAN ANTWERPEN

Vlaams Belang wenst onderzoek naar infrastructurele maatregelen

Tijdens een bijeenkomst van Unizo bleek de Mortselse burgemeester Ingrid Pira (Groen!) plots niet meer gekant te zijn tegen een rechtstreekse verbinding tussen de Militaire baan R11 in Mortsel en de Provinciesteenweg N10 in Boechout. Deze verbindingsweg zou volgens Pira een grote ontlasting betekenen voor de dorpskern van Borsbeek.

Het Vlaams Belang regio Boom/Kontich is verbaasd over de uitspraken van Pira. Beseft Pira ondertussen dat zij door de herinrichting van de N1 in Mortsel de oorzaak is van de verkeersellende in heel de regio ?

Het Vlaams Belang zal dan ook dinsdag 10 juni a.s. bij monde van hun regionaal verkozen Marleen Van den Eynde minister Van Brempt ondervragen naar de stand van zake in de studie in de aanpak van het sluipverkeer (sluizo-studie) en daarmee ook de verkeersproblematiek in de zuidoostrand van Antwerpen. De sluizo-studie die als pilootproject werd voorgesteld voor de hele sluipproblematiek in Vlaanderen verdient dringend een opvolging.

Het Vlaams Belang regio Boom/Kontich meent dat aanbod van bijkomend openbaar vervoer de regio niet kan helpen bij het verkeersinfarct. Volgens het Vlaams Belang dringen er dan ook dringend bijkomende infrastructurele maatregelen zich op.

Hopelijk zal de Vlaamse regering dan ook dinsdag a.s. duidelijkheid scheppen inzake de stand van zaken in de SLUIZO-studie. Het Vlaams Belang wil dat de Vlaamse regering klare taal spreekt inzake mogelijke infrastructurele maatregelen, wat plots wel mogelijk bleek in het kader van de ontwikkeling van de luchthaven van Deurne. Voor het Vlaams Belang is de tijd van handelen aangebroken en mag de regio niet langer gegijzeld worden door een beleid dat zich achter studies schuilt om niets te moeten ondernemen.

Marleen Van den Eynde 
Vlaams Volksvertegenwoordiger 
0476/474.333 

Bart Van Hove

regiovoorzitter

Provincieraadslid

 


 

Persmededeling

Vlaams Belang regio Boom/Kontich verzet zich tegen verdere vertramming
Vlaams Belang wil dat De Lijn de infrastructuur voor de verbindingsweg betaald.


Gisteren werd in het Vlaams Parlement de stand van zaken van het PEGASUS-plan van De Lijn voorgesteld. Dit plan beoogt het creëren van beter openbaar vervoer creëren in en rond Antwerpen en de bereikbaarheid verhogen. Directeur Lieten stelde dat het de bedoeling is van De Lijn om het openbaar vervoersnetwerk in het stedelijk en randstedelijk gebied van Antwerpen te "vertrammen". Vlaams Volksvertegenwoordiger Marleen Van den Eynde deelde alvast aan De Lijn mee dat haar regio niet zit te wachten op een verdere vertramming.

Het Vlaams Belang regio Boom/Kontich is absoluut gekant tegen een verdere vertramming van haar regio. Het Vlaams Belang meent dat de doortrekking van tramlijnen in de rand van Antwerpen nu al te veel wegcapaciteit inneemt. Zo zal de doortrekking van de tramlijn van Mortsel via Edegem naar Kontich de doorstroming van het verkeer via de Boniverlei wegnemen, waardoor nieuwe infrastructuur noodzakelijk is. Het Vlaams Belang meent dan ook dat De Lijn mee moet opdraaien voor de kosten van de aanleg van een verbindingsweg tussen de N171 en de N1, ter hoogte van de Boniverlei in Edegem.

De uitbreiding van het door De Lijn voorzien tramtracé bedraagt ongeveer 84 km. Maar deze bijkomende kilometers en 563 miljoen euro investeringen houden geen bijkomende kilometers openbaar vervoer in. Daarom pleit het Vlaams Belang regio Boom/Kontich voor een optimalisering van het openbaar vervoer in haar regio, en dringt ze er bij De Lijn op aan om de vertrammingsprojecten stop te zetten. Vertramming leidt naast beperking van de wegcapaciteit eveneens tot een verstedelijking met zijn bijhorende problemen, en daar kan het Vlaams Belang absoluut niet mee akkoord gaan.

Het Vlaams Belang regio Boom/Kontich is eveneens gekant tegen de vrije busbanen in deze nog vrij landelijke gemeenten. De vrije busbanen halveren weerom de wegcapaciteit, terwijl de frequentie van het openbaar vervoer in de regio Boom/Kontich totaal niet vraagt om een aparte vrije busbaan. Het is duidelijk dat "De Lijn" met de steun van minister Van Brempt de auto wil bannen van de wegen.

Voor het Vlaams Belang zal het huidige beleid weldra leiden tot een verkeerschaos in heel het arrondissement Antwerpen, en daarom zal het Vlaams Belang de komende maanden een aantal acties opzetten om zich te verzetten tegen het huidige mobiliteitsbeleid van Van Brempt.

Namens de regio Zuid-Antwerpen

Marleen Van den Eynde 
Vlaams Volksvertegenwoordiger 
0476/474.333 

Bart Van Hove

regiovoorzitter

Provincieraadslid

 


 

REGIONALE E-NIEUWSBRIEF ANTWERPEN-ZUID:
Marleen Van den Eynde, Vlaams Volksvertegenwoordiger

Bart Van Hove, Provincieraadslid

Steven Vollebergh, Provincieraadlid
Liliane Marien, Provincieraadslid

--------------------------------------------------------------------------------


Regionale nieuwsbrief

De 'bovenlokale' mandatarissen van het Vlaams Belang uit de regio Boom-Kontich sturen op geregelde tijdstippen een e-mail krant - nieuwsbrief - rond naar leden, sympathisanten en kiezers in onze regio. Verschillende genomen initiatieven komen aan bod. (mondelingen en schriftelijke vragen, tussenkomsten, voorstellen, tssk. uit commissie, ed...) We hopen op deze manier het werk dat de pers niet altijd haalt toch kenbaar te maken. Uiteraard mag u deze nieuwsbrief doorsturen naar uw contacten!

 

 

E19-Kontich (Marleen Van den Eynde)

Na een aantal zware ongevallen op de E19 (Brussel-Antwerpen) ter hoogte van de splitsing in Kontich werd duidelijk dat deze splitsing zeer gevaarlijk is voor weggebruikers die niet bekend zijn met de situatie. Vlaams Volksvertegenwoordiger Marleen Van den Eynde trok dan ook meermaals aan de alarmbel bij de bevoegde minister voor openbare werken. Inmiddels werden een aantal voorontwerpen voor aanpassingen gemaakt. Deze aanpassingen moeten er toe leiden dat de splitsing geleidelijker wordt en de verkeerssituatie veiliger. Na de bespreking van de voorstellen tot aanpassing met de federale politie wordt in het voorjaar 2008 een aanbesteding verwacht, en de aanpassingswerken zullen vermoedelijk de 2de helft van 2008 plaatsvinden.


Gemeentelijke woonwagenterreinen - Niet in mijn achtertuin (Steven Vollebergh)

 

Woonwagenterreinen zijn nimby’s, not in my backyard, niet in mijn achtertuin. Omwonenden zien ze niet graag komen. Provincieraadslid Steven Vollebergh vroeg aan het provinciebestuur waarom het zich blijkbaar geroepen voelde om een memorandum ten overstaan van de Vlaamse Overheid op te stellen, ivm woonwagenterreinen. Op dit ogenblik hebben 9 gemeente van onze provincie een standplaats voor zigeuners. De meeste ondervinden vele problemen. Niet alleen de overlast, maar ook financieel (beheer en toezicht) vormen een zware druk op de gemeenten. De gemeenten willen meer geld om alles financieel rond te krijgen, bouwen muren rondom deze standplaatsen om alles af te schermen. Geen enkele van deze gemeenten wil hun terrein uitbreiden of een nieuw openen.
De waanzinnige voorstellen in het provinciaal memorandum tarten soms elke verbeelding. Zo wil men bv een verdeelsleutelsysteem, waarbij elke gemeente verplicht wordt om bij te dragen in de kosten van de woonwagenterreinen in Vlaanderen. Zo trekt men zelfs een parallel met het asielbeleid. Ook toen, heeft men de OCMW’s zonder iets te vragen, verplicht om voor opvang te zorgen van asielzoekers, met alle financiële problemen van dien. Een systeem dat men ondertussen in alle stilte heeft afgevoerd.

 

Subsidiëring KMO-beleid (Bart Van Hove)

 

Om over de subsidiering van het KMO te spreken, moeten we eerst even teruggaan naar het verleden.
Ongeveer 5 a 6 jaar geleden werd de subsidie voor de ondersteuning van de economische activiteiten in onze provincie nogal stiefmoederlijk behandeld. In de begroting kwamen elk jaar opnieuw dezelfde subsidies voor, waarbij bij sommige posten niemand nog wist waarvoor de subsidie gebruikt werd. Antwerp Provincieraadslid Bart Van Hove heeft deze gang van zaken dan ook jaren na elkaar aangeklaagd en met succes. De vorige deputé voor economie heeft dit ter harte genomen, en had een nieuw beleid uitgestippeld voor de subsidie van de begrotingspost economie. Nu moeten we echter teleurgesteld reageren. Het begon anders nog hoopvol met de verderzetting van de provinciale startercheques en het patioproject. Maar dan begint men in hetzelfde bedje ziek te worden. Dat we opnieuw een verkeerde weg inslaan met het economisch beleid bewijst het laatste punt, waarbij geld voor het KMO-beleid gebruikt wordt om elders een put te delven.


Kankerverwekkend asbest in Plantijnhogeschool? (Liliane Mariën)

 

In het voormalige Openbare Bibliotheekgebouw aan de Lange Nieuwstraat komt binnenkort een nieuwe afdeling van de Plantijn Hogeschool. Bij de verbouwingswerken waarbij heel wat gevelwerk werd afgekapt zou gebleken zijn dat bij de slopingswerken asbest is vrijgekomen. Er zouden ook geen beschermende doeken aangebracht zijn om de omgeving te beschermen tegen oplaaiend stof.

In overeenstemming met de VLAREM regelgeving moet er bij afbraakwerken waarbij asbest of asbesthoudende materialen kunnen vrijkomen een aantal maatregelen getroffen worden

Aan de député voor onderwijs stelde provincieraadslid Liliane Mariën de vraag of er onderzoek werd gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van asbest en wat de bevindingen waren.

Député Inga Verhaert verklaarde dat v??r de aanvangswerken een controle werd uitgevoerd en er geen asbest aanwezig was. Nu blijkt dat de inventaris asbest, opgemaakt einde jaren 80, niet meer voldoet aan de actuele regelgeving zodat bij werken aan gebouwen er regelmatig problemen opduiken over asbest. Doordat de nieuwe Europese asbestrichtlijn nog strenger werd gemaakt moet dringend een nieuwe inventaris en een beheersprogramma asbest voor de provinciale gebouwen worden opgesteld.

De vraag stelt zich of de provincie de nieuwe of oude richtlijn toepaste bij de controle.


Ontwikkelingseducatie in Antwerpen (Steven Vollebergh)

 

Het Vlaams Belang is van oordeel dat ontwikkelingssamenwerking met noodlijdende volkeren noodzakelijk is. Blijvende steun moet nochtans afhankelijk zijn van ontvoogding en van de uitbouw van een nationaal bewustzijn en een eigen ondernemerschap in ontwikkelingslanden. Immers, duurzame ontwikkeling en vrijhandel zijn niet met elkaar te verzoenen in een wereldopvatting die nauwelijks plaats laat voor nationale identiteit. Vlaanderen en Europa zijn niét verantwoordelijk voor alle ellende in de wereld. De besteding van gelden voor ontwikkelingseducatie in Antwerpen om de inwoners van onze provincie te indoctrineren en een schuldgevoel aan te praten moet stoppen. Het subsidiereglement dat voorlag op de provincieraad, om juist deze projecten te subsidiëren kon de goedkeuring van provincieraadslid Steven Vollebergh niet wegdragen. Men misbruikt hier de ontwikkelingssamenwerking om projecten te subsidiëren die vorming geven, hier bij ons dus, over o.a. migratie en multicultuur. Bovendien pleit het Vlaams Belang ervoor de ontwikkelingssamenwerking te heroriënteren door meer nadruk te leggen op de thuislanden van de hier verblijvende niet-Europese vreemdelingen. Een deel van de fondsen voor ontwikkelingssamenwerking kan de sociaal-economische ontwikkeling in deze landen stimuleren. Dit kan ongetwijfeld de begeleide terugkeer van een aantal in Vlaanderen verblijvende vreemdelingen in de hand werken.

 


Het provinciaal jeugdbeleid (1) (Bart Van Hove)

 

Bij het lezen van het beleidsplan viel het onmiddellijk op dat de provinciale diensten er van uitgaan dat zij een meerwaarde kunnen betekenen voor dan voornamelijk het gemeentelijke jeugdbeleid. Nochtans hebben de meeste gemeenten reeds een eigen jeugddienst. Provincieraadslid Bart Van Hove vond de provinciale zienswijze arrogant Een van de kerntaken van de prov. jeugddienst is: "Ondersteuning van de gemeentebesturen bij het voeren van een geïntegreerd jeugdbeleid." Ik stel mij ernstig de vraag of deze prov. Jeugddienst (PJD) een meerwaarde te bieden heeft. Dit wordt trouwens door hun eigen document bevestigd. In deel 2 zien we dat de provincie (als regionale afbakening hier) nu al reeds goed scoort aangaande jeugdbeleid. Taalgebruik als "specifieke ondersteuning rond prioritaire thema's kunnen m.i. niet vager geformuleerd worden. M.a.w. volgens mij zoekt de PJD gewoon een bestaansreden. Deze PJD heeft net dezelfde functie als veel van de andere provinciale diensten: nl.het opzetten van een subsidieringsnetwerk. In 2008 zal men het bestaande subsidiereglement gewijzigd worden. Subsidies zullen gemakkelijker uitgekeerd kunnen worden, doorminder paparassenwerk. De subsidie wordt bepaalt volgens de omvang van de werking. Hoe deze werking gecontroleerd wordt, en hoe de juistheid van de gegevens nagaan, daar wordt met geen woord over gerept. Jammer genoeg zijn er altijd die misbruik willen maken van de subsidies, denken we bvb maar aan het Mechelse Rzoezie. Het beleid dat de jeugddienst wil voeren, valt waarschijnlijk toevallig samen met de bevoegdheden van de betrokken deputé. Dat wordt aan de ene kant ontkent. Maar als men de echte reële jeugdproblemen, zoals SOA’s en drugspreventie, ter sprake brengt, dan zegt men rap dat dit een taak is voor de dienst Welzijn. Nochtans zijn dit problemen die niet de jeugd aanbelangen, maar ook de ouders en de ganse gemeenschap. Maar zoals gezegd, hierover vinden we in de bundel niets terug.

 

 

Het provinciaal jeugdbeleid (2) (Bart Van Hove)

Het project "Inclusief jeugdwerk". Provincieraadslid Bart Van Hove vond het niet verbasend dat de coalitiepartijen hier volop de kaart van de allochtonen trekt. Blijkbaar toont onderzoek aan dat een groot deel van de allochtonen hun weg niet vinden naar het gewone jeugdwerk. Wat de oorzaak hiervan kan zijn, daar wordt geen antwoord op geformuleerd. Hebben allochtone jongeren welinteresse in onze westerse visie van jeugdwerk? Mogen ze wel van thuis? is het niet verstaan van onze taal de barrière? Of hangen ze liever rond in groepjes op straat, waar ze zich kunnen bezondigen aan allerlei "kattekwaad”, en de interpretatie van dat laatste laat ik aan ieder individueel over. Jammer dat hierdoor het tweede luik wat op de achtergrond valt; nl; de integratie en aandacht voor jeugdwerk voor kinderen met een handicap.
De PJD wil graag structuren op poten te zetten om te komen tot overleg. Dit zou positief zijn, ware het niet dat de dienst uitgaat van het eigen grote gelijk, vermits de het project Inclusief Jeugdwerk als groot voorbeeld moet dienen. De provincie heeft blijkbaar weinig vertrouwen in de gemeenten en de gemeentelijke diensten. Zo willen ze zich opgooien als grote experts naar brandveiligheid toe. Nochtans hebben de meeste gemeenten een eigen brandweer. M.i. is die beter geplaatst om advies te geven in deze materie. En ook hier wil de provincie (als bestuurlijke entiteit) doen wat ze het best kan: ze wil investeringssubsidies geven voor veilige jeugdwerklokalen. Nochtans is dit zonder meer een hoge prioriteit voor de gemeentebesturen.

 

Taludverstevigingswerken in de Bosstraat in Boom (Steven Vollebergh)

Met het oog op het uitvoeren van Taludverstevigingswerken in de Bosstraat in Boom was het de bedoeling van het provinciebestuur om in de Kapelstraat over te gaan tot aankoop van woning 187.
In juni 2005 reeds keurde de provincieraad de aankoop goed van woning Kapelstraat 189. Toen al was het provincieraadslid Steven Vollebergh die verschillende opmerkingen maakte bij de aankoop van deze woning. Immers;
1. de afwerking van het Tallud Bosstraat (dat de reden is van de aankoop van de woning), is een drogreden. Het provinciaal domein grenst op géén enkel punt aan deze woning 189.
2. het verwijderen van een dorpskanker uit het straatbeeld is ongetwijfeld correct. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij het gemeentebestuur van Boom, niet bij de provincie. Het was trouwens ook IGEAN die in opdracht van de gemeente Boom de woning verwierf. Toen IGEAN betaald moest worden, had de gemeente Boom, blijkbaar geen geld en kwam de provincie gewillig ter hulp.
3. De verkeersveiligheid zal er wel bij varen. Klopt, maar ook hier is het duidelijk een bevoegdheid van de gemeente Boom. Zowel de Bosstraat als de Kapelstraat zijn immers gemeentewegen.

De grootste reden die opgegeven wordt om nr 187 aan te kopen is de verbondenheid van de kelders van beide woningen. Bij nazicht echter van het aankoopdossier van nr 189 dat op de provincieraad kwam lezen we: Het eigendom 187 beschikt over een kelder die gelegen is onder de naastliggende woning nummer 189, en Kapelstraat 189 heeft eveneens wegenis naar de tuin, en beschikt over een kelder en uitweg die gelegen is onder woning nummer 187. Niettegenstaande hetgeen voorafgaat is het niet noodzakelijk ook het aanpalende pand aan te kopen. De kelder van de gebuur is voor ons geen beletsel om het tallud van de Bosstraat verder af te werken.
Het is dus duidelijk dat men het probleem toen kende, maar er toen geen beletsel was om beide woningen aan te kopen. Ofwel heeft men toen gelogen, ofwel heeft iemand een ernstige fout gemaakt en moet er iemand zijn politieke verantwoordelijkheid nemen. Immers de provincieraad heeft gebaseerd op foutieve informatie een beslissing genomen.
Onze fractie blijft bij haar standpunt van 2005.
1. het is de taak van de gemeente om deze panden aan te kopen
2. het is de taak van de gemeente om het tallud te verstevigen om een plaats waar de provincie geen aanpalende eigenaar is
3. het moet gedaan zijn om te pas en te onpas de noodlijdende gemeente Boom, vanuit de provincie financieel bij te treden

 

Antwerps drinkwater bedreigd (Marleen Van den Eynde)

 

In februari 2006 vond een zwaar cadmiumincident plaats op de Maas. De Vlaamse overheid werd echter 2 maanden na de feiten op de hoogte gebracht door de Nederlandse autoriteiten. De Waalse minister voor leefmilieu was al langer op de hoogte van het cadmiumincident en liet het na de Vlaamse minister voor leefmilieu hiervan op de hoogte te brengen. Tengevolge van dit incident werd een alarmbelprocedure ingesteld dat bij de minste calamiteiten in gang moet treden, en de betrokken diensten moet informeren. Dit is immers zeer belangrijk omdat het drinkwater voor de Antwerpse regio afkomstig is van de Maas via het Albertkanaal. Dat de alarmbelprocedure een zeer belangrijk instrument is, werd aangetoond door een nieuwe verontreiniging op 31 juli 2007. Een massale vissterfte toonde aan dat de Maas opnieuw zwaar verontreinigd was. De Waalse milieupolitie zette het waarschuwingssysteem op 2 augustus 2007 in gang. Het betrokken bedrijf gaf pas enkele dagen later toe dat zij ongewild 76kg insecticiden geloosd in de Maas. Deze stoffen zijn giftig voor het aquatisch leven. Alhoewel de informatie-uitwisseling snel tot stand kwam, blijkt ook deze keer de verontreiniging zo ernstig dat zelfs het Albertkanaal en de Kempische kanalen hinder ondervonden en nog steeds vinden van deze toch wel illegale lozing. Zwemmen, hengelen, en vis consumeren werd onmiddellijk ontraden. Bedrijven die het water uit het Albertkanaal halen voor hun productieproces werden eveneens op de hoogte gebracht van de verontreiniging. In de nacht van 13 op 14 augustus werd de Maas opnieuw verontreinigd met koolwaterstof, en op 3 september werd een illegale lozing vastgesteld met brandstof. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat dringende maatregelen noodzakelijk zijn om de verontreiniging van het Maaswater door illegale lozingen of accidenten tegen te gaan. Het Vlaams Belang bij monde van Vlaams Volksvertegenwoordiger Marleen Van den Eynde vroeg dan ook aan minister Crevits om de Waalse regering aan te manen inzake hun milieubeleid, gelet op de talrijke accidenten op de Maas. Daarnaast meent het Vlaams Belang dat de Vlaamse regering, en mogelijk ook bedrijven langs het Albertkanaal zich burgerlijke partij moeten stellen na het accident met de pesticiden, vermits zij mogelijk economisch verlies hebben geleden. Het kan niet langer dat Vlaanderen en in het bijzonder de Antwerpenaren angstig moeten toekijken hoe hun drinkwater constant onder bedreiging staat door accidenten op de Maas in Wallonië.


POM versus VLAO (Bart Van Hove)

 

Wanneer bepaalde bestaande structuren worden veranderd, dan verwacht men uiteraard achteraf een meerwaarde. Zoniet is het veranderen een maat voor niets geweest. Een voorbeeld hiervan is de omvorming van de vroegere GOM's naar 2 nieuwe structuren: de Vlao (het Vlaams Agentschap Ondernemen) en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen, ook wel POM's genoemd. Provincieraadslid Bart Van Hove vroeg zich af of dit nu momenteel een meerwaarde? Komt men tot een beter beleid?
Voorlopig moeten wij deze vraag negatief beantwoorden. Het is duidelijk dat er een scheidingslijn is getrokken tussen de verdiepingen van het gebouw in de Lange Lozanastraat. (daar staat het gebouw van de POM/VLAO). De scheidingslijn is duidelijk getrokken. Volgens ingewijden bestaat er nauwelijks of geen overleg tussen beide diensten, die nochtans hetzelfde moeten nastreven: een verbetering van het economisch klimaat in Vlaanderen en/of de provincie Antwerpen. Ook de wetgever maakt het niet gemakkelijk, en plaatst beide diensten bijna als concurrenten naast elkaar. Een voorbeeld hiervan is het nieuwe decreet aangaande de Brownfieldconvenanten. Daarin werd het VLAO aangeduid als indienpunt. Via zo’n convenant krijgen projectontwikkelaars en investeerders een aantal juridisch-administratieve en financiële voordelen bij de ontwikkeling van braakliggende en onderbenutte bedrijventerreinen. Daarmee wil de Vlaamse Regering hen ertoe aanzetten bij voorkeur verlaten sites (brown(s)fieldprojecten) te hergebruiken in plaats van nieuwe gebieden (greenfields) aan te snijden voor de ontwikkeling van industriële activiteiten, woningbouw of recreatie. Wat betekent dit voor de bestaande Brownfieldprojectsen, zoals bvb Willebroek? Kan/mag de POM nog de drijvende kracht blijven achter dit project, of moet de leiding uit handen gegeven worden aan VLAO. En wie betaalt dan de reeds gemaakte kosten?
Het nieuwe decreet geeft wel duidelijkheid enerzijds, maar creëert onzekerheid anderzijds.
Uit de motivatie van de minister blijkt duidelijk dat hij het zelf ook niet zo goed weet. Ik citeer:" Aangezien de techniek van het afsluiten van een brownfieldconvenant zowel administratief als juridisch onontgonnen terrein is, opteren we voor een eerste experimentele fase, beperkt in de tijd”, stelt de minister. “We hebben nu immers nog geen zicht op hoeveel en welke projecten (aard, locatie, grootte…) we aangeboden zullen krijgen. Op basis van de ervaringen in deze eerste fase kunnen we later, met het oog op een tweede oproep, wel een meer thematische aanpak uitwerken.”. M.a.w het Brownfieldproject Willebroek is blijkbaar niet gekend bij de minister, alhoewel dit project toch al redelijk ver gevorderd is.

 

Golfen in de Schorre te Boom? (Steven Vollebergh)

Onder jarenlange druk van omwonenden en het Vlaams Belang, worden de mega evenementen op de Schorre eindelijk een halt toegeroepen en beperkt tot 2 per jaar. Eindelijk wordt toegegeven dat er overlast is voor de buurt tijdens deze evenementen. In het provinciaal beleidsplan lezen we bij het provinciaal recreatiedomein De Schorre in Boom dat er opnieuw wilde plannen zijn. Bij de uitbouw en verbetering van de sportieve accommodaties vinden we het gefaseerd realiseren van een publieke golf op het grondgebied van de Schorre terug. Provincieraadslid Steven Vollebergh was het eens dat er al jaren iets moest gebeuren met het braakliggende stuk van De Schorre. Heel dit deel, dat op het grondgebied van de gemeente Rumst ligt, ligt er immers al jaren verkommerd en troosteloos bij. In het verleden werden er hierover al verschillende schriftelijke en mondelinge vragen gesteld. Tot voor enkele jaren en maanden klonk het helemaal anders. In een antwoord op een schriftelijke vraag van Vollebergh in 2001 klinkt het nog dat de provinciale terreinen (32 ha) te klein zijn om een 18-holes golfterrein aan te leggen. Meer nog, in het zelfde antwoord lazen we toen, we citeren,: “alvorens verdere beslissingen te nemen inzake de noodzakelijke bijkomende verwervingen van gronden, wordt onderzocht welke de mogelijkheden zijn om een golfterrein aan te leggen conform het gewestplan.”
Mogen wij dus de resultaten van dit onderzoek kennen! Heeft dit onderzoek überhaupt plaatsgevonden. Golf is niet echt een ‘sociale’ volkssport. Bijkomend is het toch ook goed weten dat er reeds veel golfterreinen in de directe omgeving zijn. Aartselaar, Bornem, Edegem,… Door een ‘publieke golf’ aan te leggen maakt men eigenlijk een onderscheid tussen de gewone man en de ‘begoede Vlaming op de echte golf’.